Let op Uw Gezalfde

 

"HEERE, God van de legermachten, luister naar mijn gebed, neem het ter ore, o God van Jacob. O God, ons schild, zie en aanschouw het aangezicht van Uw gezalfde." (Psalm 84:9 en 10)

 

Psalm 84 heeft nogal wat opmerkelijke wendingen in de tekst. Wat begint met het beld van de tempel met de mus en de zwaluw, gaat over in het beeld van een dor dal en het feit dat wij niet altijd zo nabij God zijn zoals de mus en de zwaluw. En vervolgens gaat de psalm over op een gebed voor Gods gezalfde. Het is dan de vraag over wie het hier gaat. Dat zou de koning van Israël kunnen zijn, maar gezien dat deze hele psalm in het licht van de tempel en de tempeldienst staat is het aannemelijker om hier uit te gaan van de hogepriester.

 

 

Het gebed aan God dat Hij let op het aangezicht van de hogepriester. De hogepriester die namens het volk de verzoening bracht, waardoor het volk in Gods nabijheid mocht komen en kon komen en tegelijk dat daardoor de lofprijzing aan God ook mogelijk was. Zonder deze dienst van de verzoening zou geen Jood ooit in Gods nabijheid hebben kunnen komen. En terwijl de tempelzangers deze psalm zingen, vragen ze tegelijk of God wil letten op het aangezicht van de verzoening. 

 

Door de verzoening heen kon de lofzang worden aangeheven, maar door de verzoening kunnen we ook zeggen dat we uiteindelijk zullen verschijnen voor God in Sion. Nog sterker, door de verzoening heen is het uiteindelijk straks mogelijk om vanuit het voorhof straks voor altijd bij God te mogen zijn en daar eeuwig te zingen in aanbidding.

 

En waar het in psalm 84 dan gaat over de hogepriester en dat God gevraagd wordt daar op te letten omdat hij symbolisch de verzoening, die heenwees naar de uiteindelijke verzoening door Jezus, weten wij dat als God op Zijn Gezalfde Zoon Jezus ziet, dat wij altijd onder de verzoening leven en uiteindelijk echt in Sion kunnen aankomen. 

 

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar aanbidden voor God en de lofzang zingen kost wel eens heel wat moeite als er in je leven heel wat aan de hand is. En je echt op God richten is niet altijd zo eenvoudig. Dat kunnen zonden zijn, maar ook omstandigheden in ons leven of zelfs ziekte of dood. Dan is dit gebed voor Gods kinderen juist de troost. Want HEERE van de legermachten, let toch op het aangezicht van Uw Gezalfde, let op Jezus! Hij droeg mijn zonden weg, maar ook mijn ziekte, Hij overwon de dood op zijn eigen terrein. Jezus heeft alle gebrokenheid weggedragen in Zijn lijden en sterven. Hij overwon alles. 

 

Wat er ook in je leven gebeurd en waardoor de aanbidding soms kan stokken, herinner God er dan aan dat Jezus, Zijn Gezalfde alles heeft weggedragen en dat er niets meer is waardoor wij niet vrijgezet zouden kunnen worden om werkelijk tot aanbidding en lofprijzing te komen. En juist als er externe blokkades of zelfs aanvallen zijn, dan is God ons schild en Hij weet wat het Jezus heeft gekost. 

 

Gebed: HEERE van de legermachten, let op Jezus, zodat alles wat mij verhinderd om in Uw voorhof werkelijk U te aanbidden zal doorbroken worden. Laat mij welkom zijn bij U, door Uw Gezalfde.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom