Van kracht tot kracht

 

"Zij gaan voort van kracht tot kracht, zij zullen verschijnen voor God in Sion." (Psalm 84:8)

 

Wij gaan van klacht tot klacht steeds voort, zou een maar al te vaak passendere uitspraak zijn dan dat we van kracht tot kracht steeds voortgaan. Onze klachten en ook onze negatieve gedachten bepalen maar al te vaak ons leven. Maar het geldt wel dat wat we denken, dat we dat ook zijn. Misschien is daarom de tekst van vandaag lang niet altijd de tekst waar we elke dag uit leven. 

 

 

 

Het is natuurlijk ondertussen wel duidelijk geworden dat wij niet zijn zoals die mus en die zwaluw. Die mogen altijd bij God wonen en die loven God voortdurend. Maar ons leven is maar al te vaak een leven dat niet altijd in de nabijheid is van Gods heerlijkheid en we kunnen soms intens verlangen naar de lofprijzing en de aanbidding. En toch laat deze psalm ons heel duidelijk zien dat, ondanks dat dit zo is, we toch ook kunnen leren om toch verder te kijken, dan alleen de lofprijzing die missen omdat dit nog niet voortdurend is.

 

Uiteindelijk is het einddoel dat we verschijnen voor God in Sion. Dat einddoel is nog een eind weg en nog niet bereikt. Dat beseft de psalmist ook wel. We gaan nu door dorre dalen heen, maar als God je bron is, als in je hart gebaande wegen zijn, dan zal het moment er komen dat je niet af en toe God zult loven, maar dan zullen we uiteindelijk voor God in Sion verschijnen. Dat was voor de psalmist het moment als hij weer in de tempel kwam, maar voor ons is de kerk slechts het voorhof en uiteindelijk zullen we door geloof aankomen in Sion hierboven.

 

Maar op welke manier kun je het volhouden? Niet om van klacht tot klacht steeds voort te gaan, maar door van kracht tot kracht steeds weer verder te gaan. Dat is als je drinkt uit de Bron van het leven. En dat beperkt zich niet tot één moment. Er zijn mensen die denken dat als ze eenmaal maar geloven dat het dan wel goed is, maar dat is niet de boodschap van psalm 84. Telkens weer verder gaan, van de ene kracht naar de andere kracht. En op die manier zul je uiteindelijk aankomen. 

 

Hier op aarde zal uiteindelijk niet het leven van de mus en de zwaluw zijn die altijd bij God wonen. Dat beeld mogen we vasthouden en uiteindelijk zal dat pas straks gebeuren als we hier op aarde van kracht tot kracht verder gaan. Dat is ons steeds weer uitstrekken naar de kracht die er in het geloof is. Dat is bereikbaar door ons nu telkens vast te grijpen aan God! Maak God werkelijk tot je bron. Maak dat wat God geeft door geloof en door Zijn beloften dat is wat jou kracht is. Telkens zul je daaruit moeten leven, telkens zul je je lege emmer moeten vullen bij de bron van Gods genade en liefde. En zo elke dag voortgaan, niet klagend, maar in Gods kracht. Klagen haalt ons naar beneden, maar ons uitstrekken naar kracht op kracht die God geeft, maakt dat je uiteindelijk aankomt in Sion.

 

Gebed: HEERE van de legermachten, alleen in Uw kracht zal ik uiteindelijk aankomen in Sion om U eeuwig te loven en te prijzen. Ik strek mij uit naar Uw kracht en vul mijn emmer van geloof bij Uw bron.

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom