Halleluja

 

"Halleluja" (Psalm 116:19b)

 

Hoevaak zeggen we 'halleluja', of misschien beter, hoe vaak zingen we het? Letterlijk vertaald betekent het 'prijs de HEERE'. De psalmist sluit als een machtig slotakkoord af met dit woord. En waar heeft dit laatste woord van mee te maken? Heeft dat te maken met alles wat er is voorgevallen? Heeft dat er mee te maken dat hij van al die ellende nu af is. Sommige mensen roepen halleluja als een soort overwinningskreet. Maar dat is het niet. Halleluja laat de diepste aanbidding zien van God om Wie Hij is. Dit woord gaat niet meer om de omstandigheden, maar om God.

Eigenlijk is dit een herhaling van het eerste vers. "Ik heb de HEERE lief". Die liefdesuiting heeft alle te maken met wie God voor de psalmist is. Ik heb Hem lief vanwege Zijn liefde voor mij. En daar kan niet anders op volgen dan een halleluja uit het diepst van je hart. Ik prijs God om zoveel gunst, om zoveel redding, om zoveel meer dan ik ooit kon bedenken. Mijn liefde van God is zo oneindig groot dat ik Hem alleen nog maar prijzen kan. Dit woord onderstreept alle woorden die uitspreken wie God is, door alle omstandigheden heen. 

 

Zelfs als het niet is zoals je liefst zou willen heb je God toch lief omdat bij Hem alles is en alles beschikbaar is voor elke gelovige. Misschien is het hier op aarde nooit volmaakt. Dat is wel zeker van niet. Maar mijn ziel mag terugkeren tot zijn rust, mijn ziel mag rusten in God. Ik weet niet hoe ik het moet zeggen, maar dit is iets als: WOW, ik rust in God. Vrede, midden in een onrustige wereld, vrede zelfs als de dood het gevolg is. En zelfs dan is God blij met mijn dood omdat ik dan echt bij Hem zal zijn.

 

Dit voelt tegenstrijdig, hier zijn geen woorden voor. Ik kan maar één ding zeggen: halleluja. Op die toonhoogte wil ik altijd leven. Het is een dankoffer aan God die in alles wat Hij doet, altijd meer dan goed voor mij is. 

 

De HEERE hoort mij, halleluja.
De HEERE buigt Zich voorover om mijn zachtste gefluister te horen, halleluja.

De HEERE heeft mij gered uit alle banden van de dood, halleluja.

De dood zal nooit het laatste woord hebben, halleluja.

Als ik straks sterf, zal dat een kostbaar moment zijn in Gods ogen, halleluja.

De HEERE heeft mij als Zijn dienaar aangenomen, halleluja.

Ik prijs de HEERE, mijn God om al Zijn genade, halleluja.

Eigenlijk is mijn HEERE groter dan ik nu woorden kan geven, halleluja!

 

Er is maar één woord dat pas: halleluja. En ik wil het uitroepen, ik wil er van zingen, ik wil er van dansen: "HEERE, ik heb U lief met heel mijn hart! Ik houd van U om wie U bent! Heel mijn hart verlangt naar U, ik voel zoveel liefde voor U. Geen liefde omde hemel, maar liefde voor U. Ik blijf zingen: Halleluja, ik prijs Uw grote Naam!

 

Gebed: Ja ik prijs U, ja ik prijs U. Halleluja, mijn God, mijn Jezus ik houd van U en nooit zoveel als nu! Amen halleluja, amen!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom