Ik kies voor rust

 

"Mijn ziel, keer terug tot uw rust, want de HEERE is goed voor u geweest." (Psalm 116:7)

 

We kunnen heel psalm 116 natuurlijk heel letterlijk nemen en er van uit gaan dat de banden van de dood, waarin de psalmdichter zich heeft bevonden, letterlijke aanvallen van vijanden waren. We kunnen daarmee ook doorvertalen naar ons nu, dat het hier gaat om hele moeilijke omstandigheden waarin wij terecht kunnen gekomen zijn. En dat kan, maar laten we vandaag even bij deze psalm ook stilstaan vanuit een geestelijk oogpunt. Want ik geloof dat er velen zijn die dan de tekst van vandaag niet werkelijk tot zich laten komen.

Ik weet niet hoe diep jij moest gaan voordat je tot geloof kwam? Welke strijd jij gestreden hebt tot het moment kwam dat je Jezus aannam? Dat is bij de ene of de andere nog wel eens een behoorlijk verschil. Bij de ene is het geleidelijk aan gegaan en bij de ander die zegt: "Man, ik was uitgeteerd, ik heb gezocht, getobt en toch kwam die overgave maar niet. 

 

Hoe het ook is, iedereen die uiteindelijk Jezus heeft aangenomen, zal ook herkennen dat dit Gods genade is geweest en dat Hij Zich heeft ontfermd en Hij je heeft verlost. Die woorden van psalm 116 zijn ook, en misschien wel, juist zo waar. Maar dan vers 7. Want de opdracht die de psalmdichter aan zichzelf geeft is: "Ziel, keer terug tot uw rust."

 

We hoeven er niet eens zo heel veel over te zeggen, maar durven wij dat tegen onszelf te zeggen? Deze psalmdichter wist dat hoe het ook was, God hem gered had. En op grond daarvan spoort hij zichzelf aan om tot rust te komen. Tot rust omdat hij verlost is. Kom tot rust, want de HEERE is goed voor je geweest.

 

Ik geloof dat dit bij velen een punt is. Er is vaak nog zoveel strijd, nog zoveel getob met zonde en er is nog zoveel onrust, dat je zou kunnen denken: "Heeft God mij nu echt verlost?" Als jij tot Jezus bent gegaan, dan ben je verlost. Als jij gelooft dat Jezus voor jouw zonden is gestorven en God heeft je dat zo duidelijk laten zien, dan ben je verlost en is God goed voor jou geweest. Als je op zoveel redding en genade antwoord met geloof, dan zijn alle banden van de dood gebroken.

 

Maar dan nog tot rust komen. En weet je, dat heeft alles te maken met de zekerheid van jouw geloof. Het heeft te maken in hoeverre jij echt durft te geloven dat het zo is, terwijl je het lang niet altijd voelt. Maar dat je toch zegt: "Ik voel het niet, maar ik kies er voor om op grond van mijn geloof in Jezus, nu tot rust te komen." Dit is bij de psalmdichter een keus. En dat klinkt heel vreemd, maar hij herinnert zich wat God heeft gedaan in zijn leven en in dat vertrouwen wil hij kiezen om tot rust te komen. Dat betekent dat je elke leugen die in je gedachten opkomt de deur wijst. Geen leugen laat ik toe, want ik kies voor Gods rust in mijn leven, want Hij heeft mij verlost!

 

Gebed: Ik kies vandaag om tot rust te komen omdat U mij hebt verlost. U hebt het gedaan, al voel ik dat niet altijd, maar ik kies om U lief te hebben en daarom ook tot rust te komen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom