Ik heb de HEERE lief

 

"Ik heb de HEERE lief, want Hij hoort mijn stem, mijn smeekbeden.Want Hij neigt Zijn oor tot mij." (Psalm 116:1 en 2a)

 

Ik heb de HEERE lief, ja ik houd van Hem op een manier die ik niet echt kan verwoorden. Intense liefde voor God. En liefde, dat is iets dat moeilijk is te plaatsen. Want wat is nu eigenlijk precies liefde. Je hebt alles voor de ander over, zou een onderdeel van liefde kunnen zijn. Maar liefde is nog veel meer en veel dieper. Johannes zegt ergens in zijn brieven dat de volmaakte liefde, de angst buitendrijft. Dat raakt de kern van liefhebben. Liefde is niet achterdochtig, liefde denkt geen kwaad en liefde is ook niet bang dat degene die je liefhebt je iets zal aandoen wat niet voor jou bestwil is. Maar kun je dan zeggen dat jij op deze manier de HEERE liefheeft. Want als God het wil, kan Hij zomaar toelaten dat je ziek wordt of dat je iemand kwijtraakt. Heb je Hem zo lief dat je jezelf helemaal geeft, maar ook dat je Hem helemaal vertrouwt?

Het is vreemd om te bedenken dat Jezus deze psalm ook heeft gezongen. Deze psalm hoort bij de psalmen die gezongen werden tijdens het Pascha en vlak voor het moment dat Jezus zou gaan lijden en sterven, zong Hij deze psalm. "Ik heb U lief Vader, zelfs als banden van de dood Mij hebben omgeven." Het gaat in deze psalm om onvoorwaardelijke liefde en ik ben bang dat dit voor velen heel erg moeilijk is. Vaak omdat er al zoveel wonden zijn omdat je dacht dat je iemand helemaal kon vertrouwen, je die ander echt onvoorwaardelijk kon liefhebben en hij het jou ook deed, maar uiteindelijk bleek het toch niet zo te zijn.

 

Maar nu de HEERE. Want de psalmdichter zegt dat hij God liefheeft. Hij heeft de HEERE lief om wat Hij doet in het leven van de psalmdichter. Nee, ook bij deze psalmdichter was dat niet bepaald een leven dat over rozen ging. En de psalmdichter zegt ook niet dat hij de HEERE liefheeft omdat alles in zijn leven goed is gegaan en ook niet omdat God altijd gelijk, als op commando reageerde op de psalmdichter. Want er komen in deze psalm nog wel wat woorden voorbij waaruit blijkt dat de psalmdichter de reddende hand van God niet op elk moment heeft ervaren.

 

Hij heeft de HEERE lief omdat Hij naar zijn stem luistert. God neigt Zijn oor en daarom zal hij Hem alle dagen aanroepen. De liefde voor God ligt in het geloof dat de HEERE luistert. Daarom heeft hij de HEERE lief. Of in ieder geval, daar begint het. De HEERE luistert naar jouw stem en daar begint liefhebben van de HEERE. Hij maakt in Zijn luisteren, Zijn Naam waar: "Ik zal er zijn".

 

En hoe Hij luistert? Niet vluchtig, of half, zoals wij dat soms kunnen, maar Hij neigt zelfs Zijn oor. Hij buigt Zich voorover en legt Zijn oor aan jouw mond. Elke fluistering aan Zijn adres hoort Hij. Niet om aan je roepen voorbij te gaan, maar Hij staat bij je stil in jouw omstandigheden, in jouw situatie! En daarom heb ik Hem zo ontzettend lief!

 

Gebed: Ik heb U lief HEERE, omdat U bij mij stilstaat, in mijn omstandigheden. En of U direct ingrijpt of niet, ik weet dat ik er voor U echt toe doet en daarom geef ik heel mijn hart aan U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom