Welkom aan tafel

 

"U maakt voor mij de tafel gereed voor de ogen van mijn tegenstanders; U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over." (Psalm 23:5)

 

Na alle beelden van de Herder met zijn schapen, draait David ineens de psalm om. Hij stopt met zijn verhalende beschrijving van God als zijn Herder en laat duidelijk zien hoe hij als mens, zijn plaats krijgt bij God. En gelijk wordt ook duidelijk dat David flink last had van zijn tegenstanders. Die hebben hem naar het leven gestaan en hem heel veel ontnomen. Hij ging daardoor zelfs door het dal vol van schaduwen van de dood. Maar na al het geloofsvertrouwen van David kan hij nu ook zeggen wat hij weet hoe God met hem zal omgaan!

De vijanden lijken te winnen, maar David weet het: God maakt voor mij de tafel klaar, terwijl zijn vijanden toekijken. De vijanden zijn er wel, maar in een situatie dat ze machteloos zijn. En als er één ding duidelijk wordt is het wel dat God hier door David als Gastheer gezien wordt en dat David welkom is aan Gods tafel. Dat is het hoe God met je omgaat als je Hem volgt. Dan nodigt Hij je als Gastheer aan Zijn tafel. Daar, aan die tafel ben je welkom.

 

En het gaat zelfs nog een stap verder. Aan tafel bij God, terwijl alles kwijt lijkt te zijn is het ene, maar je wordt daar ook nog met geurende olie overgoten. Alle stank verdwijnt en God neemt je heerlijk en schoon aan Zijn tafel. Zo mag je in Gods nabijheid uiteindelijk echt komen. En die zalfolie is niet heel duidelijk. Maar toen David werd gezalfd als koning ging daar een maaltijd aan vooraf. Als je de Herder volgt, als Jezus je Herder is, dan zalft Hij je met Zijn Koningschap. 

 

Voor de ogen van je vijanden en of die er nu letterlijk zijn of geestelijk, God zalft je tot koning en je mag met Hem aan Zijn tafel als koning zitten. En trek dan de lijn maar door naar het Avondmaal. Daar zit je niet als een vuile zondaar, maar als een gezalfd koningskind die niet meer stinkt naar zijn afkomst. En de grote vijand kijkt toe, als God jou in Zijn nabijheid haalt. En de beker vol wijn loopt over.

 

Als de wijn in die tijd ontbrak was dat een schande, maar aan deze tafel zal de wijn nooit ontbreken. Sterker nog, bij God aan tafel, het meest intieme moment van vriendschap, daar zal nooit wijn ontbreken. Wijn is in de Bijbel ook het teken van verzoening. Daar loopt het bij God van over. En misschien staan vijanden te schreeuwen en klaagt satan je aan. Voor zijn ogen vol moordlust zegt God: Jij bent Mijn gezalfd koningskind en jij bent welkom aan Mijn tafel.

 

Je mag eten en drinken met God. En dat deed je in het Oosten alleen met je gezin en vrienden. Volgen van de Herder maakt dat je echt welkom bent bij de HEERE. Hoe groot is Uw trouw, o Heer, mijn God en Vader. Stil van verwondering mag je welkom zijn bij Hem.

 

Gebed: Ja, Vader, U zalft mij als een koningskind, ik ben welkom bij U. Zo groot is Uw trouw voor mij. Het loopt bij U aan tafel over van liefde van U, maar ook mijn hart loopt over van liefde voor U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom