Herstel en gerechtigheid

 

"Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid omwille van Zijn Naam. (Psalm 23:3)

 

Eigenlijk lijken de woorden uit vers 3 een soort herhaling van wat er al in vers 2 stond. Want door grazige weiden en stil water zal er inderdaad wel verkwikking volgen. En gisteren zagen we al dat als we dichtbij de Herder zijn en als we ons werkelijk door de Herder laten leiden, dat alles op zijn kop kan staan, maar dan zal er toch rust zijn. Maar David gaat nog een flinke stap verder in vers 3. "Hij verkwikt mijn ziel", zegt David. En ook hierin zit geloof en vertrouwen dat dit zo zal zijn, ook al lijkt dat er lang niet altijd op. 

In het Hebreeuws staat er eigenlijk: "Hij herstelt mijn leven". Dat is wat de echte Herder doet. Hij brengt door Zijn leiding, vrede en overvloed van genade herstel in het leven van Zijn schapen. Dat is wat God in jouw leven wil doen. Ook als je leven uiterst onrustig is, dan nog is dit wat God wil doen als je Hem volgt. Dan herstelt Hij in je leven wat beschadigd is. En nee, dat zijn niet zo zeer de aardse omstandigheden, maar het richt zich in de eerste plaats op je ziel. Hij herstelt je ziel, in de relatie met Hem, maar ook in relatie met jezelf. Dit is de diepste rust en vrede die de Herder met jouw leven voor ogen heeft. Durf jij dat te geloven.

 

En dan zegt David daar achteraan: Daar komt nog wat uit voort. Op het moment dat de Herder je leven herstelt op dat moment leidt Hij je ook in de sporen van de gerechtigheid. Het valt op dat David hier in het meervoud spreekt. Het gaat dus om meerdere sporen van gerechtigheid. Hoe dichter je bij de Herder blijft, hoe meer je ook zult wandelen naar Gods beeld. De gerechtigheid van God uitleven in je leven is geen daad waar je alleen zelf voor kiest, maar die komt voort uit de keus om de Herder te volgen en dan zal Hij je in de gerechtigheid, zuiverheid en heiligheid ook leiden.

 

Dan wandel je in deze wereld oprecht en in vrede met God en de mensen. Misschien is dit wel datgene waar we de schapen van de Herder aan herkennen. Je wandel in gerechtigheid laat zien of je de Herder nog volgt of dat je Hem bent kwijtgeraakt. Als er onoprechtheid in je leven is, dan volg je de Herder namelijk niet meer en ben je buiten de sporen van de gerechtigheid terechtgekomen. Onzuiverheid en oneerlijkheid in je leven laat zien dat je het spoor bijster bent, en waar jij moet liegen en onoprecht zijn om jezelf op de been te houden, kan ik je zeggen dat ook het stille water en de grazige weiden ontbreken in je leven.

 

Als er veel onrust in je leven is, is ook vaak de gerechtigheid ver te zoeken en uiteindelijk moeten we dan heel vaak eerlijk zeggen dat we de Herder dan al een heel poosje uit het oog zijn verloren. Maar op dat moment wordt het vierde vers wel een gevaarlijk vers, want het vervolg is alleen mogelijk vanuit de sporen van de gerechtigheid.

 

Gebed: HEERE, mijn Herder, ik wil zo dichtbij U zijn dat ik altijd recht en gerechtigheid op aarde doe. De vrede is een zegen, het herstel van mijn ziel is een wonder en Uw gerechtigheid in mijn leven is slechts het gevolg van Uw voetstappen te drukken.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom