De HEER is mijn Herder

 

"De HEERE is mijn Herder" (Psalm 23:1b)

 

Een herder is in de Bijbel in de meeste gevallen een beeld dat gebruikt wordt voor de zorg van kinderen van God. Of in ieder geval wordt het beeld gebruikt voor gelovigen en hen die leiding aan hen geven. En de meest ultime Herder is Jezus Zelf Die zegt dat Hij is gekomen om leven en overvloed te brengen. Jezus als jouw Herder. Maar tegelijk is het ook het beeld dat God gebruikt in de tijd van de profeten voor hen die leiding geven aan het volk en dat doen in hun eigen belang. Uiteindelijk zegt God dan dat Hij een Herder zal sturen. In de beelden die in de Bijbel gebruikt worden van herders gaat het altijd om de beste zorg, voor kansloze schapen. Want dat is het eigenlijk wel. Een schaap is een kansloos dier. Komt een schaap op zijn rug terecht, dan overleeft hij dat zonder hulp niet. Komt een schaap in het water terecht, dan verdrinkt het en als een schaap je de weg moet wijzen, dan kom je nooit thuis.

Een schaap heeft een herder nodig, net zoals wij de leiding van God en Zijn Geest in ons leven nodig hebben, want anders overleven we het niet, verdwalen en komen we nooit thuis. En met dit beeld van een schaap begint David aan, misschien wel, de meest bekende psalm uit de Bijbel. En het feit dat David de psalm begint met 'de HEERE is mijn Herder', betekent dan ook tegelijk dat David een schaap is. Hij ziet zichzelf als een schaap dat zelf geen weg weet en altijd in gevaar is.

 

Dat is ons leven, ook als Gods geliefde kinderen is dit ons leven. Ook dan zijn wij elk ogenblik in gevaar. Satan heeft alle macht over ons, als wij als schapen zonder herder zouden zijn. Dat we beschermt zijn heeft niet te maken met iets uit ons of iets door ons, maar onze veiligheid en onze overvloed ligt in de belijdenis waar David deze psalm mee begint: 'De HEERE is mijn Herder'.

 

En er gaat nog heel wat volgen in deze korte psalm, maar dit is waar David mee begint. Er komen vragen in deze psalm naar boven die niet makkelijk zijn, want wat nu als je leven de verkeerde kant op lijkt te gaan? Maar laten we daar niet op vooruit lopen en met David deze woorden uitspreken. Hoe je leven ook is en wat er ook gebeurt, toch weet ik dit: 'de HEERE is mijn Herder'. Waar mijn leven ook heengaat, wat er ook op mijn pad komt en hoe diep sommige wegen zijn, ik ben een schaap, die heel veel niet begrijpt, maar dit weet ik wel: Ik heb een Herder en Hij gaat voor mij uit. 

 

Ik kies ervoor om in alle omstandigheden van mijn leven te geloven dat de HEERE mijn Herder is. En Hij is een Herder Die weet wat het beste is voor mij. En dit is een keus die je kunt maken om je in geloof hieraan over te geven. Geloven is ook kiezen, zeker op dit punt. En als ik een Herder heb, dan zal Hij mijn leven leiden.

 

Gebed: U bent mijn Herder, HEERE, God Almachtig! En ik geloof dat U in al mijn omstandigheden mijn leven leidt en ik vertrouw U helemaal.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom