Alleen als de liefde er is...

 

"... maar ik had de liefde niet ... (1 Korinthe 13:1)

 

Paulus vervolgt de geestelijke gaven van de Geest in hoofdstuk 12 nog met het beeld van het lichaam. Ook daarbij komen nog dingen langs die wel alles te maken hebben met deze gaven, maar wat hij daar noemt zijn veel meer bedieningen die iemand kan hebben en ook houden. Binnen die bedieningen zijn dan de gaven wel weer aanwezig en in zekere mate ook meer blijvend. We laten dat nu verder rusten. Wellicht komen we ooit nog eens een keer op een momenten dat we na kunnen denken over Gods doel met je leven of taken binnen het lichaam. Het ging nu vooral over dat wat de Heilige Geest in je persoonlijk leven wil doen. En daar zijn heel wat zaken naar voren gekomen. En toch, zit er een heel groot gevaar aan.

De vraag is hoe we de geestelijke gaven gebruiken. Het 13e hoofdstuk staat niet zomaar tussen hoofdstuk 12 en 14 in. Hoofdstuk 13 is ook zeker niet bedoeld als hoofdstuk om huwelijken in te zegenen. Hoofdstuk 13 heeft namelijk alles te maken met het gebruik van de gaven van de Geest. In hoofdstuk 13 heerst er maar ene toon, die zelfs in de eerste drie verzen, drie keer herhaalt wordt: Al zou je alle gaven van de Geest hebben, maar de liefde zou er niet zijn, dan is het een berg met herrie.

 

Al je de liefde niet hebt, bij het gebruik van deze gaven, blijf dan liever in je bed. Dat klinkt nogal hard, maar als de liefde ontbreekt gebeuren er twee dingen. De eerste kun je wel bedenken. Er is geen reden om trots te zijn op bepaalde gaven, want het zijn genadegaven. Dus afgunst omdat je iets ontvangt wat een ander niet heeft is geen optie.

 

Maar ik wil er nog een stap dieper in gaan. Want je zou zeggen: waarom zegt Paulus dan bijvoorbeeld dat de liefde alle dingen bedekt en ook verdraagd. Dat heeft dan toch niets te maken met trots gedrag met de gaven van de Geest? En dat klopt, maar er is nog iets dat misschien nog veel belangrijker is. Het is wel duidelijk geworden dat als de Heilige Geest dingen openbaart, dat dit alles te maken kan hebben met het doorgronden dat God doet. Hoeveel dingen kun je te weten komen, er zijn zaken die je door de Heilige Geest kunt doorzien, of een vermaning die je naar iemand zou moeten uitspreken. Dan wordt het ineens nog veel duidelijker hoeveel liefde van Jezus je nodig hebt om met al deze dingen goed om te gaan. Jezus veroordeelde nooit de mens, maar wel zijn daden. Bij Jezus was er zoveel liefde dat Hij zonden in het zand schreef.

 

Hoofdstuk 13 is niet zomaar een hoofdstuk waarin Paulus wat po√ętische gaven laat zien en een lied over de liefde is gaan schrijven, maar het is de praktijk hoe we met de gaven en met de openbaringen door de gaven moeten omgaan: slechts als je de liefde van Jezus hebt, ben je geschikt om de gaven te gebruiken.

 

Het is de vraag of je de liefde hoger wil zetten dan de gaven van de Geest waar je zo naar kunt verlangen. Liefde, zodat je niet veroordeeld, maar uit liefde bolwerken zult afbreken en zonde openbaar laat komen.

 

Gebed: Heilige Geest, U geeft veel, maar zonder de liefde van Jezus zou ik een gevaar zijn om Uw gaven te gebruiken. Geef mij meer van Uw liefde!